dinsdag 3 juni 2008

Koudgeperste olie:
Koolzaad wordt geperst bij een temperatuur van 40 tot 50 graden celsius. Hierbij wordt bereikt dat het oliepercentage voor 88 tot 89% uit het zaad wordt gewonnen, het restpercentage olie in de achterblijvende koek is ca. 11 tot 12%. Bij het persen op hogere temperaturen wordt er meer olie uit het zaad geperst, maar er ontstaan ook slijmresten en fosfaten die nadelig werken op het productieproces van Biodiesel.

Warm geperste olie:
bij het warmpersen bereikt men hogere waarden olie, namelijk 92 tot 93% wordt er uit het zaad gewonnen. Het respercentage olie in het zogenaamde schroot is nu 7 tot 8%. Doordat er nu slijm en fosfaten zijn ontstaan, gaat men deze nu door middel van een raffinageproces eruit halen. Het zogenaamde ''Entschleimen''. In china heeft men onlangs een type koolzaad ontwikkeld, die vanuit zichzelf een percentage van 54.7 % olie bevat.

Aantekeningen:
  • MeOH dient een minimale concentratie van 99.7% te hebben

  • Uitgangspunt bij het maken van biodiesel is plantaardige olie

  • KOH komt in Big-bagt binnen in de vorm van pallets, voor KOH zijn er maar weinig leveranciers. In de winter kunnen er leverproblemen ontstaan terwijl er dan door krapte in de markt genoegen moet worden met mindere kwaliteitsoorten. Dit checken door frequentere steekproeven op de kwaliteit van de aangeleverde KOH uitvoeren. Gecheckt dient te worden op de zogenaamde alkliteit(% actieve KOH) deze moet > 90% zijn. Tijdens productie dient ook regelmatig een monster katalysator uit de tank te nemen, moet kleurloos zijn.


Oliesoorten:

  • Het beste is om koolzaadolie te gebruiken, dit geeft het hoogste cetaangehalte. (kwaliteit brandstof)

  • Palmolie, hard uit bij temperaturen <>
  • Palmkernole, wordt uit de zaden gewonnen

  • Sojaolie, alleen geschikt als bijmening

  • Zonnebloemolie, vlokt echt uit als er was in zit. Uitvlokking vindt niet meer plaats zodra zonnebloemolie geraffineerd is.


Winning kan uit:

  1. Vruchtvlees

  2. Zaden


Dierlijke vetten zijn (nog) niet geschikt in verband met uitharding, kippenvet is wel bruikbaar.

Vetzuren:

Enkelvoudige onverzadigde vetzuren hebgben 1 dubbele binding:

C-C-C-C=C

Meervoudige onverzadigde vetzuren hebben 2 of meer bindingen :

C=C-C=C

Aan de hand van een vetzurenspectrum kan men de soort olie herkennen.
Een binding tussen glycerine/alcohol en een vetzuur heet een ester.

Een van de problemen bij het bereiden van biodiesel zijn de PO4 fosfaten. Deze zorgen ervoor dat er een soort verslijming ontstaat (slechte sedimentatie)
Een goede ontslijming is belangerijk! Als er een goede verslijming heeft plaatsgevonden moet de waarde onder de 50 ppm liggen( ppm= part per million). De aanvankelijke norm voor biodiesel is tussen de 15 a 20 ppm.

Er zitten veel verschillende stoffen in de plantaardige olie die het proces behoorlijk kunnen verstoren. Hierbij moeten we denken aan Caroteen (C40H56) en verschillende soorten vitamines.


structuurformule van caroteen

Als men na een reactie meerdere dunne scheidingslagen heeft is de kwaliteit van de ruwe olie beter dan als me een dikkere scheidingslaag heeft. Bji een scherpe scheidingslaag tussen 2 fases heeft, dan is er een goede sedimentatie (zie de tekst even terug) Bij een dikkere scheidingslaag zijn er nog te veel fasfatiden, alkali en/of zepen.

Kwaliteitscontroles:

Bij plantaardige oliën:

  • Watergehalte (max. 1000 ppm. )
  • vrije vetzuurgehalte (FFA max 1%)
  • percentage fosfatiden (max. 25 ppm, waarschuwingsgrens is 15 ppm)

Bij Technisch vet (denk aan afgewerkte frituurolie):

  • watergehalte (max 1000 ppm.)
  • percentage fosfatiden (max. 25 ppm, waarschuwingsgrens is 15 ppm)
  • vrije vetzuurgehalte (FFA max 4%)

Bronnen:

http://www.wikipedia.nl/

met de hulp van:

Gerrit Liefheid

Sunvalue

Geen opmerkingen: